Goed voornemen

MercuriusAls uw bedrijf een contract sluit met een ander bedrijf, loont het de moeite om in het handelsregister na te kijken of degene die namens het andere bedrijf het contract tekent, bevoegd is om namens het bedrijf contracten te sluiten (“volmacht heeft”, vertegenwoordigingsbevoegd is). Als het contract getekend is door iemand die niet bevoegd is, dan is er in beginsel geen contract tot stand gekomen.

Voorbeeld

Uw bedrijf levert diensten op het gebied van werving en selectie van personeel. Uw accountmanager heeft een mooie opdracht binnengehaald voor de werving van een directeur bij een handelsbedrijf. Deze opdracht is verstrekt door de manager Human Resources, tevens directielid. U gaat werven en selecteert uiteindelijk de geschikte kandidaat. Deze wordt door u voorgesteld aan uw opdrachtgever. Het klikt en uw opdrachtgever neemt de door u geselecteerde kandidaat aan.

U stuurt vervolgens een factuur. Deze wordt niet betaald, met als reden dat er nimmer een opdracht aan uw bedrijf is verstrekt voor het werven van een kandidaat.

U laat de verstrekte opdracht zien, ondertekend door de manager HR.

Maar wat blijkt: de manager HR is niet bevoegd om contracten te sluiten, alleen de directeur van het bedrijf is daartoe bevoegd. En dat betekent dat er geen rechtsgeldige overeenkomst is gesloten.

De kans is groot dat u naar uw geld kunt fluiten. Want u had dit kunnen weten, vindt de rechter:  u had dit kunnen zien in het handelsregister. Daarvoor is het handelsregister in het leven geroepen.

Het loont dus de moeite om het handelsregister te raadplegen. Dat kan “online” op de website van de kamer van koophandel. De kosten bedragen gemiddeld 2,5 euro.

N.B.

Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan er wel een contract tot stand komen, ook al is het ondertekend door iemand die niet bevoegd is. Bijvoorbeeld als uit het handelen van de andere partij blijkt dat zij het ondertekenen goedkeurt (“bekrachtigen”). In het genoemde voorbeeld zou het handelen van de manager HR bekrachtigd zijn als de directeur de sollicitatieprocedure met de kandidaat heeft voortgezet terwijl hij er inmiddels van op de hoogte is dat de kandidaat is voorgesteld door een werving- en selectiebureau op grond van een daartoe verstrekte opdracht.

Garantie? Let op!

hermesAls u iets koopt, heeft u recht op een goed, deugdelijk product. Dit recht is vastgelegd in de wet, u heeft een zogenaamde wettelijke garantie. Garantie die de verkoper (of producent) geeft, is een aanvulling op dit wettelijk recht en in die zin een “extraatje” van de verkoper. Als u garantie heeft gekregen van de verkoper, zijn er dus twee garanties die gelijktijdig lopen: de wettelijke garantie en “verkopersgarantie “.

De garantie die de verkoper geeft, staat beschreven in het garantiebewijs. De wettelijke garantie is minder duidelijk, de omvang en duur hiervan is afhankelijk van het product. De richtlijn hierbij is dat het product gedurende een bepaalde tijd op een bepaalde wijze gebruikt moet kunnen worden zonder dat het defect raakt.

Een voorbeeld: een wasmachine dient bij normaal gebruik niet stuk te gaan na twee jaar. Als de verkoper een garantietermijn van 1 jaar heeft gegeven, dient hij op basis van de wettelijke garantie dus toch garantie te geven als de wasmachine na twee jaar kapot gaat.

Koop dus niet zonder meer garantie “bij”, maar vraag u eerst af of dit wel nodig is. Immers: die extra garantie heeft u mogelijk al op grond van uw wettelijk recht op garantie. Een vuistregel hierbij is: hoe duurder het product, hoe langer de garantietermijn zou dienen te zijn.

Procederen, wie betaalt?

deurwaarders Jacob Ree-Calff en Richaeus RadijsAls een procedure gewonnen wordt, betekent dat niet dat de verliezende partij alle kosten die de winnende partij heeft gemaakt, moet vergoeden.

Grofweg zijn twee soorten kosten te onderscheiden: de kosten gemaakt tijdens de procedure, de zogenaamde proceskosten, en de kosten gemaakt voor juridische bijstand voorafgaand aan de procedure, de zogenaamde buitengerechtelijke kosten.

Proceskosten
De rechter kan de verliezende partij veroordelen tot betaling van de proceskosten van de winnende partij. De rechter bepaalt de proceskosten echter op basis van een forfaitair bedrag, gebaseerd op het aantal proceshandelingen vermenigvuldigd met een tarief (het liquidatietarief). Het tarief wordt bepaald door de hoogte van het gevorderde bedrag. De werkelijk door de winnende partij gemaakte kosten spelen hierbij geen rol. Dat betekent dat de winnaar slechts een deel van de werkelijke kosten vergoed krijgt. (Uitzondering hierop is de kostenveroordeling bij zaken op het gebied van intellectuele eigendom.).

Buitengerechtelijke kosten
Om vergoeding van de buitengerechtelijke kosten dient expliciet gevraagd te worden. Contracten en algemene voorwaarden bevatten vaak bepalingen over de hoogte van deze kosten. De rechter mag dergelijk overeengekomen kosten echter matigen als zij niet redelijk en / of niet gebruikelijk zijn.  Ook hier betekent dit dat de winnende partij over het algemeen niet de werkelijk gemaakte buitengerechtelijke kosten vergoed krijgt.